|
De techniek om de kaakbijholte op te vullen wordt zoals reeds eerder gezegd een sinus-lift procedure genoemd. Deze procedure wordt al meer dan ruim twintig jaar succesvol uitgevoerd en wordt nu als een geaccepteerde en voorspelbare manier gezien om bot op te bouwen.
In de bovenstaande afbeeldingen is schematisch het principe van een directe sinus-lift afgebeeld. Na het opklappen van het tandvlees (links) wordt er een luikje in het kaakbot geboord, waarna het slijmvlies dat de kaakbijholte bekleed afgeschoven en weggeduwd kan worden (rechts), de ruimte die ontstaat kan dan opgevuld kan worden met bot en/of een botsubstituut, waardoor de kaakbijholte kleiner wordt en er uiteindelijk een implantaat met voldoende lengte geplaatst kan worden.
Indirecte sinuslift
Als er meer bot aanwezig is dan kan de bodem van de kaakbijholte ook met behulp van een soort van priemen, osteomen genaamd, omhoog getikt worden. Dit wordt gedaan door het boorgat, waar ook later het implantaat in aangebracht zal worden. Er zijn verschillende technieken om door het boorgat extra botvolume in de kaakbijholte te creëren, variërend van o.a. het breken en omhoog slaan van de bodem met de osteoom, tot het inbrengen van een ballon die door het vullen met water uitzet en daardoor ruimte creëert. Afhankelijk van de situatie wordt ook bot of een botvervangend materiaal door de boorgaten omhoog gewerkt, zie als voorbeeld de twee afbeeldingen hierboven. Deze techniek is minder traumatiserend dan de directe/laterale methode, maar is meer experimenteel van aard en kan alleen toegepast worden als er enkele millimeters bot te weinig is.
Het gebruikte vulmateriaal voor de sinuslift kan lichaamseigen bot zijn, maar om in sommige gevallen voldoende donorbot te hebben voor het opvullen zonder een plek buiten de mond te gebruiken (o.a heup) wordt het lichaamseigen bot ook gemengd met bijv. kunstbot. In sommige indicaties wordt ook alleen kunstbot gebruikt, al dan niet in combinatie met groeifactoren gewonnen uit bloed.
Lichaamseigenbot zal het snelst worden omgezet in een botstructuur geschikt om te implanteren, over het algemeen drie tot zes maanden en dermate er meer kunstbot gebruikt wordt zal deze periode langer duren, meestal zes tot twaalf maanden.
Afhankelijk van de hoeveelheid beschikbaar bot onder de kaakbijholte kan gelijktijdig met de sinus-lift een implantaat geplaatst worden. Mocht er slechts weinig bot aanwezig zijn, zoals in de het voorbeeld van de directe sinuslift, dan zal het implantaat pas na de eerder genoemde perioden geplaatst kunnen worden. |